
Een lang gekoesterde droom is in vervulling gegaan. 5 jaar geleden lazen we over Vanuatu, nog onontdekt, geen massa toerisme en verkozen tot gelukkigste land ter wereld, wat vasthoudt aan zijn geloof en tradities. Daar wilden we heen en nu zijn we er dan eindelijk! De meesten van onze vrienden en familie moesten de wereldkaart erbij pakken om te zien waar we eigenlijk zaten, sommigen hadden er van gehoord door de cycloon Pam die dit voorjaar een groot deel van het land verwoest heeft.
Bij de douane wordt je al vrolijk en met een big smile ontvangen door de medewerkers. Joost heeft z’n Nederlands Elftal shirt aan en blijkbaar is de douane beambte groot fan, hij vindt het shirt fantastisch en zonder tassen of visum te checken, mogen we zo doorlopen. Wat een aankomst 🙂
De taxichauffeur die ons naar het motel brengt, vertelt graag over de cycloon en hoe eng het was voor de bevolking. De gevolgen zijn nog duidelijk zichtbaar: mega grote omgewaaide bomen, een schip dat aangespoeld is aan de kust en daken die nog missen van gebouwen. Door de verhalen en het uitzicht, kunnen we ons een beetje een voorstelling maken van hoe heftig het is geweest. Ook ons motel heeft ernstige schade geleden en is pas sinds een week weer geopend. Het is daarom nog half verwoest, maar het voelt goed om door ons verblijf weer een kleine bijdrage te hebben geleverd aan de wederopbouw.
We verblijven 2 dagen in Port Vila, de hoofdstad van Vanuatu. Het is een beetje als elke hoofdstad waar je aankomt met het vliegtuig, als je er 1 dag bent geweest, is het meer dan genoeg. Er is op de dag dat wij er zijn, ook een Amerikaans cruiseschip aangemeerd, wat ervoor zorgt dat alle prijzen ongeveer verdubbeld zijn. De Amerikanen met hun heuptasjes en zonneklepjes geven er weinig om, die geven graag geld uit aan de hotdogs en chickenwings die vandaag overal op het menu staan.
Wij zijn blij dat we de volgende dag vertrekken naar Moso Island, naar een camping met de passende naam Tranquility. Wat een plaatje! Er staan 8 hutjes, volledig met de hand en plaatselijke materialen gebouwd en een camping met een echte ouderwetse vuurplaats waar je zelf hout voor moet sprokkelen. Back to basic en we love it! Helaas loopt Amber een bacterie op die haar 3 dagen vrij ziek maakt. We krijgen een upgrade naar een prachtig hutje, met een zacht matras en de douche en wc dichtbij. De muren zijn maar tot de helft bebouwd met beton, de andere helft met muggengaas, waardoor je uit bed recht de zee in kijkt en kunt genieten van zonsop- en ondergang. Meer kun je je niet wensen!
Alles is hier eco en in harmonie met de natuur en die is hier weer prachtig. Â Amber is weer beter en we besluiten hier langer te blijven om het prachtige eiland te ontdekken. De dag is al geslaagd als we wakker worden, prachtige zonsopgang, windstil, geen geluid van andere mensen, verkeer of wat dan ook, honderden vlinders en doodstil water. Het water is hier zĂł helder, dat het lijkt alsof we zweven tijdens het kayakken! We lopen door de jungle naar Fred’s Beach, waar in de wijde omgeving geen mens te bekennen is. We snorkelen, gaan op bezoek bij de zeeschildpadjes en eten ’s avonds gezellig met de andere gasten. Het doet z’n naam eer aan, want wat is het hier mooi en sereen.
Terug op het hoofdeiland, besluiten we op onze laatste dag een auto te huren en het eiland over te rijden. Hoogtepunt is de prachtige waterval waar we een verkoelende duik kunnen nemen en de talloze traditionele dorpjes waar de locals je met een big smile begroeten. Wij zijn verkocht en zullen zeker nog een keer terug komen om ook de andere eilanden te ontdekken, 10 dagen was absoluut te kort!
Check de foto’s!