Werken, strand, Andes en (bijna) Amazone

Ecuador! Niet echt een bestemming waar we van tevoren over nagedacht hadden, maar wat een veelzijdig land! Eigenlijk gingen we er alleen heen als ‘tussendoortje’ voor we naar Peru zouden doorreizen én natuurlijk omdat ik van mijn lieve omaatje een bijdrage had gekregen voor een ticket naar de Galápagos, whoopwhoop!!

We beginnen met vrijwilligerswerk, want hoewel we het best goed hebben gedaan met ons budget in Colombia (16 euro pp per dag, jawel), vinden we het ook wel weer leuk om vrijwilligerswerk te doen en ons uitstapje naar het eiland van Charles Darwin zal ons ook echt wel hopi veel geld gaan kosten, dus hop, eindelijk weer eens inloggen op helpx.net. Na hopeloos veel uren en berichtjes naar mensen op de Galápagos, erkennen we dat we genegeerd worden en zoeken we door naar iets aan de kust. En dat vinden we in Manglaralto, vlakbij het surfdorpje Montañita. We gaan daar Luis helpen bij het opzetten van zijn cacaofarm. Hij runt dat samen met de über-Amerikaan Teddy en super relaxte Argentijn Andres. We verblijven in zijn hostel, wat eigenlijk niet meer echt up en running is, omdat ie daar geen zin meer in heeft. Onze kamer is prima, we doen veel inspiratie op voor onze ideale keuken en het strand is op 100 meter afstand.

Ons werk bestaat voornamelijk uit het planten van bananenplanten. Huh, bananenplanten?? Het was toch een cacaofarm? Ja, maar, zo hebben wij geleerd, cacao houdt van schaduw en bananenplanten groeien als de brandweer en zijn eigenlijk een natuurlijke parasol. Plus ze houden super veel van het milde klimaat van de Ecuadoriaanse kust. Maar niet getreurd, we planten ook cacao en leren veel over het proces en het zijn super aardige en inspirerende mensen die graag alles zo eco-friendly willen doen en maar al te graag ons vragenvuur beantwoorden :). Na 10 dagen besluiten we wel te stoppen, het werk is lichamelijk best wel zwaar en hé, we zijn hier ook gekomen om een beetje te relaxen ;).

Dus we pakken onze spullen, nemen afscheid van deze fantastische mensen en zetten onze tent op bij het Kamala Hostel. Aan het strand! Oh man, wat voelt dat weer goed, wakker worden met het geluid van de golven. We blijven hier ook 10 dagen, we kunnen hier niet zelf koken, maar maken al snel vrienden met de vrouwtjes in Montañita die tongstrelende ontbijtjes maken voor $5. Omeletjes, verse sapjes, fruitsalades, pannenkoekjes, maar met stip op 1 staan toch wel de crepes met oreo’s, nutella en vers fruit. Levenslange mooie herinneringen. Bij Kamala zelf gaat de keuken niet heel erg lekker, we hebben van alle keren dat we besteld hebben, maar 2x hetgeen gekregen waar we om vroegen en 1x werden we er nog ziek van ook. Maar het mag de pret niet drukken, we vermaken ons hier kostelijk met dagelijkse strandwandelingen en clean-ups, de twee ezeltjes (die overigens echt best wel dom zijn, ze zijn ongeveer 3x over onze tent gestruikeld. Onze tent! En zo klein is ie echt niet hoor!), de pooltafel, tafeltennis en het editen van ons filmpje van Colombia. De 10 dagen vliegen voorbij en dan is het op mijn verjaardag tijd om naar de Galapagos te reizen, daarover in een andere blog meer 😉

We hebben een kleine discussie over where to next, gaan we gelijk door naar boven, of maken we nog een tussenstopje in Cuenca. Ik wil wel heel graag naar Cuenca voor de Inca ruïnes die je daar kunt vinden en sinds we hebben besloten naar Centraal Amerika door te reizen en dus niet verder naar het zuiden te gaan, is dit de beste kans om de ruïnes, die onderdeel zijn van de Macchu Picchu, te bekijken. Cuenca ligt super hoog in het Andes gebergte en we verwachten dan ook enorme kou, maar de zon schijnt volop en het is elke dag zo’n 25 graden! We doen uiteraard weer een free walking tour waar we leren waarom de Panama-hat vernoemd is naar Panama, terwijl hij toch echt uitgevonden is door de Cuencanen.

We gaan hiken in het prachtige landschap van het Cajas NP en nemen met dank aan onze hostel-eigenaar, een detour door de jungle. Hij is jarenlang bioloog geweest in dit park en kent het op zijn duimpje, hij kan geblinddoekt een plattegrond voor je tekenen! We dwalen langs meren, bergtoppen, springen over riviertjes, met gevaar voor eigen leven moeten we de detour volgen met behulp van omgevallen bomen en wanen ons zelfs een beetje in Nieuw Zeeland en The Shire. Met name ik heb heel erg last van de hoogte en kom na 4 uur echt bijna kotsend aan het einde van het pad. Gelukkig kunnen we een bus terug nemen en hoef ik de rest van de avond alleen nog maar op bed te liggen 😉

Na Cuenca volgt Baños, de gateway naar de Amazone. Hoewel we super graag naar de Amazone willen, vinden we met name ’13 in een dozijn’-tours en dat willen we eigenlijk niet. Het doet ons denken aan Borneo, wat heel gaaf was, maar niet heel erg uniek voelde. Het is super duur en we sparen dan toch liever even door om op een later moment in ons leven terug te komen en écht diep de Amazone in te gaan. Maar gelukkig heeft Baños nog veel meer! Ons hostel is super leuk, aan de rand, met uitzicht op de bergen en de vulkaan, alles van hout wat echt een warm gevoel geeft en een jong katje waar we meteen verliefd op worden. De eerste dag gaan we naar het welbekende Casa del Arbol, waar je kunt schommelen hoog boven op een berg, met je benen bungelend in een hele diepe afgrond. Het is even eng, maar gelukkig krijgen we de ‘swing’ te pakken en geeft het een enorm vrij gevoel! En mooie foto’s 😉

Om het geld van de bus uit te sparen, hiken we terug naar beneden. Nou, dat hebben we geweten. Het is een hike van ongeveer 4 km, die 800 meter naar beneden gaat. Het is steil, echt heel steil en dat zo’n 4 km lang, met de laatste 500 meter alleen maar trappen. Onze bovenbenen kunnen ons bijna niet meer dragen, we glijden beiden een paar keer uit, ik sta versteld van mijn eigen kracht omdat ik als een soort superheld me aan een overhangende tak weet vast te grijpen en daar met mijn volle gewicht aan hang. Nooit geweten dat ik die snelheid en souplesse in me had! Met moeite komen we terug in het dorpje waar we als beloning eerst de lekkerste hot chocolate van het land bestellen mét brownie uiteraard. Dat hebben we wel verdiend na al die inspanningen.

Naast de schommel en de vulkanen, staat Baños ook bekend om zijn watervallen. In een fietstocht van 16 km zien we maar liefst 7 watervallen! De 1 nog mooier dan de ander en van groot naar klein en van breed tot smal, alle soorten en maten komen we tegen. Joost is als pure waterval-liefhebber zo blij als een kind. Ook omdat ie weer eens mag mountainbiken. Ik daarentegen, voel mijn bovenbenen bij elke trapbeweging, erger me aan het stuur en heb weer eens versnellingen die niet werken :p. Als Joost na de 7 watervallen dan ook nog eens oppert om nog een paar kilometer verder te fietsen voor nog een waterval, haak ik af. De eerstvolgende bus die langskomt is voor mij 😉 Joost besluit ook dat het toch eigenlijk wel genoeg is en stapt gezellig in dezelfde bus. Ook hier hebben we uiteraard weer een warme choco voor verdiend 😉

We blijven nog een extra nachtje om even tot rust te komen en goed uit te zoeken hoe we nou eigenlijk de grens met Colombia op een veilige manier over kunnen steken om op tijd onze vlucht van Cali naar Panama te halen. Want ja, we gaan naar Panama en vanaf daar verder naar het noorden. We vinden Zuid Amerika prachtig, maar kunnen niet goed wennen aan de enorm lange afstanden. Daarnaast missen we toch wel de eilandvibe die voor ons inhoudt dat het strand altijd dichtbij is, dat er veel gesurft wordt, waar mensen op blote voeten lopen, poco poco het dagelijkse motto is en de natuur wat dichterbij is. Dus op naar Midden Amerika!