Lost in translation in Taiwan

En toen stond Taiwan op het programma! Zelf hadden we hier nooit aan gedacht, maar omdat Arie hier een half jaar studeert, leek het ons leuk om kerst en nieuwjaar met hem te vieren. Door het gebrek aan Engels van de Taiwanezen en ons gebrek aan Chinees, nemen we vanaf het vliegveld gelijk al de verkeerde trein waardoor Arie op een heel andere plek staat te wachten dan waar wij aankomen. Gelukkig hebben we wifi en vinden we elkaar snel. Leuk om weer vrienden te zien!

We slapen in het hostel van Arie en maken meteen kennis met zijn hostelgenoten. Met onze easycard huren we fietsen en Arie geeft ons een rondleiding langs de hoogtepunten van Taipei, uiteraard eten we op de nightmarket met goed vers eten. In tegenstelling tot wat we gewend zijn van Azië is het hier schoon en hygiënisch. Op tweede kerstdag trakteren we onszelf op een nieuwe laptop, Joost zeurt al maanden dat ie GoPro Studio wil om filmpjes te maken en dat kan alleen op een laptop. We kopen uiteraard een echte Taiwanese Asus met gratis muismat, jaja. ’s Avonds staat er een klein feestje op het programma en eten we met z’n allen hotpot om de avond af te sluiten met karaoke. Omdat we met een grote groep zijn, krijgen we een grote kamer mét podium en old school mic! We gaan echt compleet los en gaat het ons meer om het feestje dan om onze zangkunsten, in tegenstelling tot de lokale hostelgenoten die mee zijn, die doen echt hun best om zo mooi mogelijk te zingen en dat kunnen ze ook echt!

Joost en Arie besluiten nog naar een club te gaan en hebben de grootste lol, vooral op de terugweg naar huis met straatartiesten en de plaatselijke ‘shoarmakraampjes’. Gelukkig hebben we de filmpjes nog ;). Rond 6 uur rollen ze hun bed in en het blijkt dat Joost meer man is dan Arie, want hij staat om 9 uur naast zijn bed omdat we om 10 uur in de bus willen zitten naar Sun Moon Lake. Arie krijgen we met geen mogelijkheid wakker. Gelukkig voor hem zit de bus van 10 uur vol en moeten we wachten tot 13 uur. Arie is tegen die tijd ook wakker geworden en kan nog net op tijd aansluiten. In het donker komen we daar aan en we kunnen niet echt goed een camping vinden. We zetten onze tent dan ook op een soort overdekte picknickplek en doen voor het slapen gaan nog een potje 30 seconds.

De volgende dag huren we fietsen om een rondje om het meer te fietsen. De verhuurder raadt ons mountainbiken aan, maar eigenwijs als we zijn, kiezen we voor een gewone, normale damesfiets. Dat was een slecht idee, het meer is best groot, de weg eromheen heuvelachtig en halverwege verliezen Joost en Arie een pedaal van hun fiets. Het uitzicht is mooi, het weer is goed en we kunnen lachen om de Taiwanezen die nog slechter kunnen fietsen dan Amber! We zijn net op tijd weer terug voor Arie om de laatste bus naar Taipei weer te kunnen halen en wij mogen van de verhuurder onze tent opzetten in de achtertuin van zijn bedrijfje. Aardige vent. We hebben wel veel bekijks, maar we staan met toestemming van de eigenaar, dus het voelt goed.

Het is een bijzonder koude nacht en we worden dan ook best verkleumd wakker. Op het bord bij het busstation staat de Engelse tekst ‘Hot Springs’. We hebben geen idee waar die zijn, maar omdat we in en in koud zijn, besluiten we daar heen te gaan, we kunnen wel een warm bad gebruiken! We belanden in Dongpu, waar een klein tekstje over staat in de Lonely Planet. We proberen met handen en voeten duidelijk te maken dat we op zoek zijn naar de camping die in het boekje staat, maar als we het goed begrijpen, is die gesloten. Dan maar op zoek naar een goedkoop hotel. We stappen een gebouw binnen waar veel mensen met koffers staan, dat zal ongetwijfeld een hotel zijn. De receptioniste spreekt geen Engels, maar gelukkig is er een Chineze tourgroep waarvan de leider wel Engels spreekt en die ons met alle liefde helpt. We krijgen een speciale prijs, inclusief ontbijt en gebruik van de hotspring en eerlijk gezegd vinden we het niet zo erg om in een echt bed te slapen. Dongpu is prachtig gelegen in de bergen, we lopen een prachtige route door groene natuur en een heel enge brug. We hebben het idee dat er weinig westerse toeristen komen, mensen zwaaien naar ons en zeggen ons gedag. Door een groepje mannen bij het hotel worden we uitgenodigd voor de thee. Met handen en voeten en een hele hoop lol hebben we een leuk gesprek met ze. Ze stoppen ons tomaten toe die we ter plekke moeten proeven en als Joost het aangeboden shotje achterover slaat, hebben we vrienden voor het leven gemaakt. We sluiten de dag af met een dip in de hotspring. Twee vrouwtjes beginnen hevig tegen ons te praten, we doen leuk mee, maar tot op de dag van vandaag hebben we geen idee of ze het over tennisles of Chineze les hadden. Het is wel tekenend voor Taiwan, zo lief en gastvrij, ook al kunnen we niet met woorden met elkaar communiceren.

Na een typisch Chinees ontbijt met pinda’s (?) nemen we de bus naar Shuili, waar we overstappen op een oud boemeltreintje, die door de bergen en over het platteland naar Ershui rijdt. Daar stappen we over op de gewone trein naar Taichung. Hier vinden we een goedkoop hotel voor één nacht, ontdekken we de stad, eten we pasta pesto voor lunch en gaan we ’s avonds eten op de nightmarket. Ook hier hebben we het geluk een zeer behulpzame Engels sprekende jongen tegen te komen op het busstation, die ons helpt de juiste bus te pakken naar de nightmarket. Het is de grootste nightmarket van Taiwan en we eten hier ook heerlijk!

Op oudjaarsdag nemen we de trein terug naar Taipei, we gaan oudjaarsavond vieren met Arie en een paar van zijn vrienden. Arie maakt echte Hollandse andijviestamppot met gehaktballen. Het is zó goddelijk lekker, dat we onszelf echt prop- en propvol eten. Rond 22 uur lopen we naar de club waar Arie kaartjes voor heeft gehaald. Deze heeft een rooftopbar met geweldig uitzicht op de Taipei 101 (hoogste gebouw van Taiwan) waar vandaan het vuurwerk afgestoken wordt. Het is tot 12 uur onbeperkt drinken, dus de drankjes glijden er lekker in. We gaan op de foto voor muntjes die we na 12 uur kunnen gebruiken en ontmoeten een hele KLM crew waar we gezellig mee staan te kletsen. Om 12 uur wordt het vuurwerk afgestoken en het is super mooi! We hebben mooi uitzicht en het is mooi om te zien hoe het van zo’n gebouw afgestoken wordt. Er schijnt voor een miljoen dollar vuurwerk gesponsord te zijn door één of andere miljonair.

Na 12 uur zet het feestje zich nog even voort in de benedenbar, waar we vrienden worden met heel veel locals. Eenmaal buiten eten we uiteraard nog even een snackje om met z’n vijven in een taxi weer terug naar huis te gaan. We brakken een dagje uit, maar ’s middags beklimmen we nog wel even Elephant Mountain, waar je een mooi uitzicht hebt over de stad. Wij besluiten de volgende dag af te reizen naar het zuiden van Taiwan, naar het dorpje Kenting. We hebben een aantal dagen regen gehad en in het zuiden is het aanzienlijk warmer en daar zijn we wel weer aan toe! We zoeken een leuke camping en ook Arie sluit weer een aan na een dagje naar school te zijn geweest.

We hebben fantastische dagen in Kenting met z’n drieën. We zitten een avond op het strand met veel whiskey-cola, klassieke muziek en onzinnige verhalen. Hoewel we de volgende dag weer aardig brak zijn, besluiten we toch naar het National Park te gaan waar we gewaarschuwd worden voor giftige wespen (of was het toch een kolibrie?) en slangen, brrr. Er zijn een aantal grotten waar je in kunt, Amber vindt het niks, maar de jongens vinden het prachtig dus we gaan wel. We zuchten en steunen er op los, maar eigenlijk vonden we het toch wel heel erg leuk! We liften weer terug naar de ingang van het park, lopen nog even over de nightmarket en zoeken weer lekker ons bedje op. De volgende dag zoeken we een nieuwe camping waar we onze tent opzetten. Arie besluit ook nog een nachtje te blijven en wordt weer een nacht voor in de boeken. We maken vrienden met een zwerfhond die Doerak gedoopt wordt, er is weer veel whiskey-cola in het spel, kant en klare maaltijden van de 7-eleven en heerlijke muziekjes en verhalen. Als de zon opkomt, besluiten Joost en ik op bed te gaan. Arie heeft nog energie voor 10 en laat Doerak uit op het strand, raakt de hond kwijt, zit daar best over in en heeft dit, gelukkig voor ons, allemaal vastgelegd op film. Hilarisch.

Arie gaat weer richting Taipei voor school, wij gaan nog een dagje naar het strand in Kenting en nemen de volgende dag de trein naar Taroko National Park. Volgens velen het hoogtepunt van Taiwan en daar zijn we het roerend mee eens! Het park is omgeven door bergen, kliffen, water en heeel veel groen. Het heeft heel veel hikeroutes, waar we de meeste ook van lopen in de 3 dagen dat we er verblijven. We lopen door grotten (pikdonker), door tunnels (rennend om auto’s te vermijden), klauteren over bergen, langs rotsen met de meest wonderbaarlijke kleuren en genieten van het eten op ons campinggasstelletje, de ijskoude douche en de verlaten camping die we voor onszelf hebben. Eén keer worden we ’s nachts wakker door een kleine aardbeving, maar gelukkig horen we geen rollende stenen of scheurende bergen.

Als we na 3 nachten weer in de bewoonde wereld zijn, reizen we door naar Taipei waar we nog een aantal nachten op een stadscamping verblijven. Vanuit Taipei maken we tripjes naar de Sandioling Waterval, Shifen, fietsen we naar Damsui en gaan we op onze laatste dag in Taiwan naar een hotspring die zó verborgen zit, dat je na de laatste bushalte nog bijna 3 kwartier moet lopen, maar wel met mooie en ijskoude waterval waar je kunt afkoelen na de hotspring!

Wij vonden Taiwan echt een positieve verrassing. Heel veel nationale parken, veel bergen die je kunt beklimmen, watervallen waar je naar toe kunt hiken, groen, schoon, goed geregeld, vriendelijke bevolking, strand, aangename temperatuur, mooie steden en het leukste is eigenlijk nog dat je continu lost in translation bent, dat brengt je op de mooiste plekken en geeft je de mooiste ontmoetingen met de lokale bevolking. Het zal voor veel mensen niet bovenaan hun vakantielanden top 3 staan, maar wat ons betreft kan daar wel verandering in komen, je zult je hier zeker vermaken en van de ene verbazing in de andere vallen.

 

 

 

Malaysia part 4: the mountain at our back door

Via helpx.net hebben we contact gelegd met Ben en Breinda die een hotel/resort runnen aan de voet van Mount Kinabalu. Breinda reageert meteen en twee dagen later kunnen we ook beginnen. We vragen de buschauffeur of hij ons voor de deur af kan zetten en dat is geen probleem. We maken kennis met Ben en Breinda en hun 4 hondjes, installeren ons op onze kamer en maken ons klaar om te helpen op de biologische boerderij. Juist op dat moment begint het echt te regenen van jewelste en heeft boerderijwerk niet zoveel zin. Iets anders is er ook niet echt te doen, we vegen een beetje en lezen boekjes en schrijven in ons dagboek. De regen houdt de hele dag aan, dus het was niet zo’n productief dagje voor ons. ’s Avonds eten we met z’n vieren, Ben blijkt een fantastische kok! Er staat huisgerookte kip op het menu, zo lekker dat we (Amber) de rijst voor lief nemen. Het zijn lieve en sociale mensen met mooie verhalen, het is dan ook gelijk gezellig en we voelen ons erg thuis en welkom.

De volgende ochtend neemt Ben ons mee naar de markt en laat ons allerlei lokale hapjes proeven. Joost geniet! Het is echt zo’n buitenlandse boerenmarkt met zelfgemaakte producten, verse groenten, noten, kippen en konijnen. Iedereen is erg aardig en het blijkt al snel dat Ben een bekende verschijning is in het dorp. Als we terugkomen, horen we dat Ben en Breinda het weekend weg gaan en of we even een oogje in het zeil willen houden. Uuuh natuurlijk, maar wat moeten we in godsnaam doen? Hun Indonesische werkster kan de 4 gasten die komen inchecken wel afhandelen en of wij dan een beetje de boel schoon willen houden en willen ‘mingling with the guests’. Uiteraard. Het resort doet zijn naam eer aan, want er is bar weinig te beleven en het ligt zo afgelegen dat je zonder auto eigenlijk nergens heen kunt. De 4 gasten blijken familieleden te zijn en weten zonder problemen hun weg te vinden. Wij vermaken ons wederom met skype, boeken, dagboek en het bakken van koekjes.

Ze hebben genoeg eten voor ons achter gelaten wat wij helemaal niet erg vinden, nu kunnen we zelf weten wat we eten. We leren al snel dat ze hier geen kipfilet kennen en dat we dus onze eigen kip moeten ontleden. Leer- en slikmomentje. Als Ben en Breinda zondagavond weer thuis komen, is Breinda zo enthousiast over onze bakkunsten, dat ze vraagt of we ook iets typisch Nederlands voor ze kunnen maken. We zetten ze hutspot voor (boring) en echte ambachtelijke appeltaart, die ze met trots aan alle gasten, vrienden en familie laten proeven. Zelf kwamen ze thuis met de staart van een python, wat de volgende dag op het menu staat. Laten we het erop houden dat Joost een durfal is en Amber wegduikt in de appeltaart.

Het is niet het enige bijzondere wat Ben mee naar huis sleept. In de twee weken dat we er zijn, bereidt hij aap, civetkat en een miereneter als avondeten. Nieuwsgierig als ie is, probeert Joost van alles sowieso een hapje en valt het hem niet tegen. Voor Amber is het waarschijnlijk de reden dat ze zo is afgevallen, door de aanblik krijgt die al geen worstje meer door haar keel. Ik heb gelukkig afleiding door het uitzoeken van recepten voor het kerstfeest van Breinda haar familie, die uit 196 mensen bestaat! De tante die altijd voor de zoetigheden zorgt, is er dit jaar niet en Breinda vraagt daarom of ik echte Hollandse koekjes voor ze wil maken. Ze heeft grootse plannen met speciale potten en etiketten waar een foto van ons op moet prijken met de tekst ‘Bakery from Holland’, zodat de hele familie weet dat het Nederlandse koekjes zijn.

Ze slepen ons nog mee naar de stad, worden getrakteerd op een traditionele lunch buiten huis (kip met rijst) en laten ons de enige melkboerderij van Maleisië zien mét echte Friese koeien! De Malay vinden het maar raar, die koeien en geitjes en je kunt ze nog aaien ook! Joost laat zien dat ze echt niet eng zijn, steekt zijn hand door het hek die gretig wordt afgelikt en de omstanders gieren het uit! Prachtig om te zien. Zelf hiken we door Kinabalu Park met uitzicht op de beroemde berg. Een fantastisch mooi park met helaas heel veel bloedzuigers, het hiken werd dan ook meer rennen 😉

Als minderheid in Maleisië, is Breinda christelijk opgevoed en vieren ze dus uitgebreid kerstfeest waar wij ook mee naartoe mogen. Het is een ervaring om nooit te vergeten! We worden echt opgenomen in de familie, iedereen maakt een praatje en is geïnteresseerd in ons. Elk gezin heeft eten gemaakt en meegenomen, maar het feestmaal is toch wel het complete varken wat al 5 uur aan het spit hangt, inclusief de twee kippen in z’n buik. Ondertussen worden er spelletjes en quizjes gedaan en wordt er vooral heel veel gelachen. Als het varken klaar is, weten we niet wat we zien! Als een kolonie mieren rent iedereen op het varken af en vechten ze om de oren, de neus, de tong en de pootjes, inclusief tenen! De knapperige huid wordt gegeten als chips. Het is dat iedereen het erg belangrijk vindt dat wij, als hun speciale gasten, goed te eten krijgen en dat ze ons stukken blijven aanbieden, anders hadden we waarschijnlijk niets binnen gekregen, binnen 15 minuten zijn het varken en de twee kippen letterlijk tot op het bot opgegeten. Wij staan er nog steeds versteld van.

Rond 12 uur gaan de vrouwen naar huis en wordt Joost uitgenodigd om met de mannen te blijven en bier te drinken. Er komt een karaoke set uit de kofferbak en zingen maar! Joost doet uiteraard vol overtuiging mee en de mannen vinden het prachtig. De volgende ochtend moeten we echter weer vroeg, want een nicht gaat zich verloven en dat is een hele happening waar ook de hele familie weer bij is. Ook hier worden we weer hartelijk ontvangen, krijgen we een speciaal welkom en wordt het grootste gedeelte voor ons vertaald in het Engels. Wat een geweldig warme familie en wat prachtig om mee te mogen maken. Er wordt met z’n allen gezongen, gegeten en gedronken.

Breinda haar vader brengt ons ’s avonds naar het vliegveld. Het is kerstavond en veel winkels gaan dan ook eerder dicht. We worden spontaan uitgenodigd om met het personeel mee te eten en kerst te vieren, want kerst vier je samen en dat geldt voor iedereen, dus ook voor volslagen onbekenden. Wij vullen onze avond en nacht met het kleuren van de kaarten die we op Langkawi van Simone hebben gekregen en kunnen die nog op de post doen voordat we in het vliegtuig stappen.

We kijken op deze twee weken terug als onderdeel van een warme familie. Het vrijwilligerswerk stelde weinig voor en we voelden ons dan ook best nutteloos, maar Ben en Breinda hebben wel 100x gezegd hoe blij ze met ons waren en dat we zoveel gezelligheid gebracht hebben. Door hun warmte en gastvrijheid, hebben wij een onvergetelijke tijd gehad en hebben we ons echt onderdeel van een familie gevoeld tijdens de kerstavonden. Duizendmaal dank voor Ben en Breinda én hun familie en dat ze ons hebben laten zien hoe mooi het is om onvoorwaardelijk iets te kunnen geven en te delen. Wij zijn voor eeuwig dankbaar voor deze geweldige ervaring.

 

Malaysia part 3: in search of that incredible monkey!

Op Langkawi merken we al dat het voor de groep een grotere vraag is wat de volgende stop gaat worden, dan voor ons. We zijn er nog niet zo mee bezig geweest en zien wel waar we zin in hebben. Na eerst een dagje te zijn bijgekomen, de was te hebben gedaan en alvast een beetje onze te tas hebben ingeruimd, gaan we op onderzoek. Al vrij snel besluiten we nu vast naar Borneo te gaan, dat staat sowieso hoog op ons lijstje en we lezen dat de meeste mensen er 4 weken over doen. In ons rustigere tempo lijkt 6 weken ons daarom geen dag te veel.

We boeken een ticket van Langkawi naar Kuala Lumpur, slapen daar een nachtje op het vliegveld en vliegen vervolgens door naar Kuching op Borneo. We vinden Kuching gelijk leuk, de mensen zijn vriendelijk en het is nog echt zo’n authentiek dorpje met kruidenwinkels en winkeltjes waar nog van die mooie oude naaimachines verkocht en gemaakt worden, heerlijk om doorheen te lopen. Vanuit Kuching gaan we langs bij het Semenggoh Orang Utan Conservation Centre. Helaas hebben we weinig geluk, we missen de eerste bus en in het park laten de oerang oetans zich ook al niet zien. Het park is mooi en de rangers doen goed werk, dus het was alsnog zeker wel de moeite waard.

De volgende dag gaan we naar Bako National Park, volgens velen het mooiste park van de provincie Sarawak. Bij aankomst kiezen we een aantal routes uit waarvoor we ons moeten registreren en na de eerste stappen zien we al de Proboscis Monkey (neusaap). Hoewel geen oerang oetan, is ook dit erg bijzonder en genieten we van hun aanwezigheid. Ze worden door de plaatselijke bevolking Orang Belanda (Nederlander) genoemd, omdat ze vroeger vonden dat de aap wel iets weg heeft van ons volk met zijn grote neus en dikke buik. In het park zien we ook nog de bearded pig, slangen, macaques en ontzettend mooie natuur. We lopen naar een uitzichtpunt van waar we bijna het hele park kunnen zien en hiken op ons gemakje weer terug naar de opstapplaats voor de boot.

Vanaf Kuching reizen we per boot verder naar Sibu. De reis duurt 4 uren, gaat onder andere over open zee en om ons heen horen we dan ook verschillende mensen misselijk worden. Amber is blij met haar plekje buiten en Joost volgt een mega goede lokale film zonder ondertiteling ;). Sibu zelf is niet fantastisch, het is vies, er wonen meer Chinezen dan Maleisiërs en er is weinig te beleven, daar komt bij dat het ook nog eens de grootste broedplek is van de mug die het Dengue virus verspreidt. Amber blijft dik aangekleed, ondanks de verzengende hitte. We gaan dan ook snel door naar Miri, per bus dit keer. Het is een tripje van 8 uren, waarbij we onderweg een keer stoppen om te eten. Miri is een gezellig stadje met veel eettentjes en een leuk centrum. Veel mensen komen hier om per vliegtuig naar het grootste park van Borneo te vliegen, Mulu. Voor ons is dat te duur en het gaat daar meer om de grotten dan om wildlife, dus wij besluiten dat park over te slaan.

Na Miri reizen we per bus door naar Brunei, een landje dat nog geregeerd wordt door een sultan en rijk is vanwege de enorme hoeveelheid olie. Brunei is zeer gelovig, dus het is voor vrouwen niet toegestaan om met blote schouders en knieën rond te lopen. Gelukkig was Amber al gewend aan de bedekkende kleding vanwege de besmette muggen en het feit dat er nergens DEET te koop is. Joost loopt wel gewoon lekker rond, die maakt zich aanzienlijk minder druk om het gevaar. In Brunei bezoeken we een met bladgoud bekleedde moskee en bewonderen we het paleis van de sultan.We blijven hier maar een nachtje, er is niet veel te doen en we komen immers voor de oerang oetan, die leeft niet in Brunei.

We gaan per boot verder naar het eilandje Labuan, wat weer bij Maleisië hoort. Het is de gemakkelijkste manier om tussen de twee landen te reizen én het staat garant voor 4 extra stempels in je paspoort, hoppaaaa! Op de boot ontmoeten we Frida, een Zweeds meisje met een NLse vriend die samen in Australië wonen. We lunchen op Labuan, lopen een beetje rond (het is een belastingvrij eiland, water is duurder dan bier) en nemen in de middag de boot naar Kota Kinabalu, op de noordelijke provincie van Borneo, Sabah.

Als we met de boot aankomen in de haven, is het eerste wat we zien enorme rijen olietankers en bergen afval in het water. We slapen in hetzelfde hostel als Frida en gaan ’s avonds gezellig met z’n drieën eten bij een leuk restaurantje. Kota Kinabalu heeft sowieso een levendig centrum met heel veel leuke eettentjes, winkels en marktjes. Vanuit hier gaan we met de local bus (wat nog een helse zoektocht is) naar een strandje, waar Amber de enige in bikini is en zich dus ietwat opgelaten voelt. We eten ’s avonds weer met z’n drieën en wisselen ervaringen uit over wat we deze dag beleefd en gedaan hebben. De volgende dag staan we vroeg op en nemen we de bus naar Uncle Tan’s in Sepilok. Een busrit van zo’n 4 uur waarbij we afgezet worden op een rotonde en dankzij het richtingsgevoel van Joost, gelukkig in één keer de goede weg nemen naar onze slaapplek bij Uncle Tan’s.

’s Middags doen we niet heel veel, we relaxen een beetje en werken ons dagboek een klein beetje bij. We hebben een all inclusive geboekt, dus ’s avonds staat er een heerlijke maaltijd voor ons klaar. ’s Ochtends vroeg vertrekken we met de bus naar het Sepilok Orang Oetan Conservation Centre en hier hebben we wel geluk, we zien maar liefst 4 oerang oetans! Ook nemen we een kijkje bij de speeltuin voor de kleintjes. Allemaal baby orang oetans waarvan de moeder gedood is of zij zelf gevangen waren genomen om als huisdier te houden. De rangers leren ze om te overleven in het wild en op zoek te gaan naar hun eigen voedsel. Fantastisch om deze beesten in het echt te hebben gezien. Aan de overkant is ook nog het Sunbear Conservation Centre. Nog nooit van gehoord, maar nu we er toch zijn, kunnen we er ook wel even kijken. We zijn op slag verliefd op deze schattige beestjes, de kleinste beer ter wereld! De eigenaar kan ook super enthousiast vertellen en we leren dan ook erg veel vandaag. Een prachtige dag!

’s Middags stappen we in de bus naar het echte regenwoud aan de Kinabatangan River, waar we 2 nachten in de jungle zullen slapen. Het trapje naar de boot toe is al een hel, maar iedereen weet heelhuids aan te komen. We varen 1,5 uur met de boot en worden gedropt bij de jungle lodge van Uncle Tan. Onze hutjes zijn erg basic, geen ramen en deuren, een matras op de grond en een klamboe. De douche is een emmer met regenwater die je over jezelf heen kunt gooien, geniaal. We maken kennis met onze groep, en als het donker wordt, stappen we op een bootje voor onze nightsafari. We spotten flying foxes, heel veel bijzondere vogels en een baby krokodil. Uiteraard laten de macaques zich ook weer regelmatig zien.

Bij terugkomst staat het eten voor ons klaar, we zingen met z’n allen ‘in the jungle’ en kruipen niet al te laat ons bedje in. De volgende ochtend om 6 uur zitten we alweer in de boot, dit keer voor de ochtendsafari per boot. Heel bijzonder om door een stille jungle te varen die net ontwaakt. Na het ontbijt pakken we ons goed in, want we gaan hiken door de jungle! We kunnen laarzen huren bij het basecamp, maar de eerste drie die we oppakken hebben een spinnen- óf mierennest in zich. Laat maar.. Het heeft geregend, dus het is erg glad en we glijden inderdaad een paar keer uit, maar de gids weet veel planten en insecten aan te wijzen en dat maakt het erg leuk. Aan het einde van de trip lopen we langs een bijennest, die het niet leuk vinden dat we ze wakker maken. Ondanks de lange mouwen, wordt Amber 5x gestoken. Frida ook 3x en Joost heeft uiteraard niks. Amber zuigt de steken uit en smeert er een verzachtend spulletje op.

Na de lunch kunnen we mee op een vistripje, maar wij besluiten bij het basecamp te blijven en zelf een beetje rond te lopen. Frida en ik besluiten te ‘douchen’. Omdat het in de buitenlucht is en er geen hokje is, houden we voor elkaar een handdoek op zodat we geen pottenkijkers hebben. Die handdoek werkt natuurlijk maar aan één kant en aan de andere kant is de jungle, waar de macaques bewonderend toe kijken hoe wij die emmers water over ons heen gooien. Wat een fantastische ervaring, douchen in de natuur met regenwater en een kolonie aapjes als toeschouwers! Welcome to the jungle 🙂

’s Avonds gaan we nog een keer mee op de boot en na het eten gaan we mee met de gids op nachtwandeling door de jungle. Wederom goed aangekleed, inclusief capuchon. Je weet nooit wat er van bovenaf in je nek neerdaalt. Hoe goed voorbereidt we ook zijn, Amber heeft het ongeluk dat ze in een nest met fire-ants stapt die door haar sokken heen bijten. Oei wat is dat pijnlijk! De gids staat er bij te lachen, maar voor Amber is de lol er wel een beetje vanaf. ’s Ochtends gaan we nog één keer mee op de bootsafari, waar we dit keer ook een alligator en een otter zien! Geen orang oetan of olifanten, die hier ook leven, maar toch hebben we genoten van de jungle!

Vanaf de jungle nemen we de bus naar Sandakan en dat is ook het moment dat we afscheid nemen van Frida. We belanden in een hostel met een fantastisch mooi dakterras wat uitzicht geeft op de zee. In Sandakan ontmoeten we 2 jongens die ook net uit de jungle komen en die Fries zijn, dat schept toch een band. Van Frida krijgen we een berichtje dat ze naar de dokter moest omdat haar hele hand opgezet was van de bijensteek, blij dat wij ze hebben uitgezogen, want Amber heeft gelukkig nergens last meer van. Als we horen dat in Sandakan de toeristen het doelwit zijn in een politiek conflict tussen Maleisië en ‘de piraten van de Filipijnen’ en dat het voor ons ’s avonds op straat niet heel veilig is, besluiten we terug te gaan naar Kota Kinabalu en op zoek te gaan naar vrijwilligerswerk.

We hebben genoten van de jungle en al het wildlife wat Borneo te bieden heeft, maar zijn ook ontzettend geschrokken van de belabberde toestand waarin de natuur daar verkeert. Borneo staat bekend als jungle, geroemd om zijn groene natuur en wildlife. Waar echter niet over gesproken wordt en wat ontzettend schrikken was, is dat de natuur plaats moet maken voor enorme palmolie plantages. Het leefgebied van de prachtige beesten wordt kleiner, dat is ook de reden dat de kans om ze te spotten zo groot is. De inwoners zijn zich niet bewust van de schade die dit aanricht, maar kijken alleen naar het geld. De kust ligt vol olietankers, afval wordt op straat gesmeten en je kunt het ze nauwelijks kwalijk nemen, want ze weten niet beter. We zijn blij dat we geweest zijn en hopen dat meer mensen, maar vooral de bevolking, zich bewust wordt van de pracht en de noodzaak van hun land. Ze leven van het toerisme, wij zijn er nog niet over uit of we dat nou moeten blijven steunen of niet.

 

 

Malaysia part 2: happy birthday to you!

  
Ooh bij ons allevier begint het nu toch te kriebelen hoor! Wij zijn al een dag eerder op Langkawi aangekomen en hebben vast ingecheckt in ons hotel. Na het eten bellen we nog even snel met de rest van de groep, die op dat moment op Schiphol bij de gate zitten te wachten, wat voelt het nu dichtbij! De volgende ochtend zijn we al vroeg op het vliegveld en kijken we zenuwachtig om de paar minuten op het bord of ze al geland zijn. En ja hoor, precies op tijd komen ze aan en al snel kunnen we ze door het glas heen bewonderen, heftig zwaaiend naar elkaar. Gelukkig is de bagage er ook snel en dan komen ze door de gate, wat een mooi moment! Al je dierbaren die voor je verjaardag de halve wereld over reizen, inclusief Jelmer en Lysanne vanuit Curacao. Kussen, knuffels en een klein traantje van blijdschap verder, stappen we in de taxi. 

De kamers zijn nog niet klaar, dus de tassen en koffers worden eerst gedumpt bij Simone en ons. Zwemkleren aan en eerst maar eens een hapje bij het naast gelegen restaurantje The Boat. De Chineze gastvrouw weet niet wat haar overkomt met 12 man, maar de koude drankjes en warme hapjes komen binnen een mum van tijd op tafel. Heerlijk om weer lekker met iedereen te kunnen kletsen en ouwehoeren. We gaan voor een frisse duik nog even naar het strand en als er donkere wolken aankomen, kunnen we gelukkig ook inchecken. Wij rijden nog een keer naar het vliegveld om Rogier op te pikken, terwijl Jelmer en Wiets de onderhandelingen starten bij de scooterverhuur, en ’s avonds zitten we dan met de complete groep van 13 man bij ons nieuwe stamrestaurant de Cactus. 

Na het eten lopen we binnen bij The Wood’s, wat voor de rest van de week onze favoriete stamkroeg wordt, strategisch gelegen naast de Cactus en op kruipafstand van ons hotel. We verbouwen de tent zodat we met z’n allen aan 1 tafel kunnen zitten en dan is het tijd voor spelletjes! 30 seconds is favoriet en al gauw blijkt dat Frank een brede algemene kennis heeft en omgedoopt wordt tot Frankipedia. Uco blijkt er een magische telling op na te houden, want zelfs bij 1 goed antwoord klimmen ze al snel 3 punten. Heel knap. Aan het einde van de avond blijkt de rekening totaal omgerekend 7 euro pp te hebben gekost, zo kan je nog wel es een avondje uit!

We ontbijten uiteraard bij de Cactus en huren 7 scooters. Helaas zijn de onderhandelingen stuk gelopen en krijgen we geen extra groepskorting, maar ach, 50 euro voor de rest van de week is ook al bijna niks. Wiets is thuis in NL via Google Maps het hele eiland al over geweest en weet blindelings de leukste bezienswaardigheden te vinden. Dankbaar rijden we hem achterna naar de hoofdstad. Na 15 minuten op de scooter komen we in een enorme tropische regenbui terecht en schuilen we bij een restaurantje. En ach, nu we er toch zijn, kunnen we ook wel even een hapje eten. De regen wordt niet minder en we besluiten rechtsomkeert te maken, een aantal van ons gehuld in plastic tasjes bij wijze van regenjas. Eenmaal thuis klaart het een beetje op, Joost en Roger kopen een voetbal en de rest van de mannen gaan naar Sea World. De meiden kiezen liever voor een ontspannende massage. Na het eten die avond, lopen we binnen bij Sunba Reggae bar, waar we eigenlijk nog wat te vroeg zijn. En tja, hoe maak je dan je tijd vol in Azië? Met karaoke! We hebben een privékamertje waar het zangtalent van met name Dennis niet onopgemerkt blijft. We beginnen rustig, maar al snel wil iedereen toch wel graag zingen. Na 2 uren sluiten we af met de groepsklassieker Barbie Girl van Aqua. We wagen nog een dansje in Sunba, waar Jelmer en Wiets grote vrienden worden met de locals en ze worden dan ook al gauw de gangmakers van de avond. Joost en ik zijn geen alcohol meer gewend, dus eenmaal in ons bedje, tolt het bij ons aardig..

Op onze scooters crossen we het hele eiland over, we brengen een bezoekje aan The Eagle, het beeld én de vertaling van Langkawi, zoeken rustige strandjes op op alle uithoeken van het eiland en gaan shoppen in het toeristische Pantai Cenang. Uiteraard slaan we de Cable Car en de skybridge ook niet over. Vanwege hoogtevrees besluit Simone beneden op ons te wachten en hoewel Amber wel in stapt, staat ze doodsangsten uit tijdens elke hobbel en windvlaag die het bakje doet schommelen. Gelukkig hebben de andere 5 in het bakje helemaal niet de gek met haar.. We laten de mist ons fotomomentje niet bederven en we poseren er lustig op los, ook met de locals die al die blanken bij elkaar prachtig vinden. 

En dan is het dinsdagavond, uiteraard zitten we weer bij The Wood’s als de band Happy Birthday inzet, het is 00:00 uur! 12x dikke knuffels en verjaardagszoenen en een heel sterk shotje met tabasco om mijn 30e feestelijk in te luiden. Het is een topavond waar we weinig van terug kunnen halen, uiteindelijk worden we de bar uitgeveegd en liggen we rond 05:30 in bed. Wat een feest! 

De volgende ochtend zitten de meesten met een brak hoofd aan het ontbijt, maar dat belemmert Tiets er niet van om tóch weer even een groepsselfie te maken, niet onze beste van de week. Als verjaarsdiner wilden we graag bbqen op het strand en na veel zoeken hebben we eindelijk een tentje gevonden. Helaas houden het eten en de hygiëne te wensen over, maar het uitzicht en het ‘voetjes in het zand’-gevoel zijn aanwezig. Met zonsondergang doen de meiden en de Boxma’s nog een fotoshoot op het strand. Omdat Amber jarig is en mag zeggen wat we gaan doen, gaan we nog een keer naar de karaoke, met stiekem mee gesprokkelde drankflessen, inclusief Jelmer z’n nieuwe vriend; een wodkafles van 3 liter.. Verbazingwekkend dat het het personeel niet is opgevallen. We sluiten weer af in The Woods, die zelfs een verjaardagstaart voor ons gekocht hebben! Het personeel zorgt ervoor dat ik nooit met lege handen sta en zo wordt het wederom een memorabele avond.

Als uitstapjes gaan we op een tour door de mangrovebossen, met een stop bij de vleermuizengrot en de visboerderij, waar Joost, Wiets en Frank de stingrays mogen voeren. De tour eindigt op een mooi strandje waar wederom een fotoshoot plaatsvindt, ditmaal met de jongens en Lys. De volgende dag varen we naar het paradijselijke Pulau Payar, waar we gaan snorkelen met nog zo’n 100 Chinezen, maar we zien wel mini haaitjes! 

Zondagochtend brengen we met z’n allen Tiets naar het vliegveld, haar solotour gaat nu echt beginnen. De rest brengt de dag door aan het zwembad van het naastgelegen luxe hotel. Nog maar eens schieten we weer leuke foto’s en kunnen we (de in NL wonenden iig) nog een laatste keer lekker bakken. Ons laatste avondmaal eten we uiteraard bij De Cactus en dan is het toch echt tijd om naar het vliegveld te gaan en afscheid te nemen. Hoewel we weten dat we elkaar in april weer zien, is het toch wel even een moeilijk momentje. Wat hebben we genoten van jullie! En dan hebben we het nog niet eens gehad over de kleine dingetjes, zoals de records met het volleyballen, het bijbehorende ‘kontje raggen’, Lara van Poortvliet én de man van Lara van Poortvliet, het spultsje van Douwe, de kilo’s chocola / snoepjes / kaas en mayo die jullie meenamen, de fantastische cadeautjes, de ambachtelijke Hollandsche appeltaart op mijn verjaardag, de grapjes, de gesprekken, het ouwehoeren en het vele uit eten. 

Super bedankt dat jullie de reis hebben gemaakt, 30 worden was nog nooit zo leuk! Wat zijn we dankbaar dat we jullie vrienden en familie mogen noemen. Wij moesten echt nog even 2 dagen bij komen na jullie vertrek, niks meer gewend 😉 Het was het absoluut waard en gelukkig zien we jullie weer in april!

Check de foto’s!

Malaysia part 1: Double the fun!

  
 
Vanuit Singapore reizen we verder naar het noorden. Samen met Titia en Simone reizen we per trein de grens over naar Maleisië. Ook wel eens leuk om zo een land binnen te komen, de sfeer is ongedwongen en de douane beambte flirt er lustig op los met de vrouwelijke reizigers. 

Al jaren zijn we verknocht aan het programma Expeditie Robinson, hoe vet zou het zijn om ook op zo’n eiland te bivakkeren. In Maleisië zijn diverse seizoenen opgenomen dus is dit de kans om zo’n eiland te bezoeken. Helaas is het niet mogelijk om echt te overnachten waar de deelnemers zaten maar wel op het naastgelegen Pulau Besar waar de filmcrew heeft overnacht en waar de eilandraden werden gehouden. We bellen een resort op dit paradijsje om te vragen of ze nog plek voor ons hebben. Dit is geen probleem, als we nu in de bus stappen, kunnen we over 4 uur bij de haven zijn en ligt er een bootje voor ons klaar die ons naar het eiland brengt.

De bustocht is een helse reis en we hobbelen en bobbelen alle kanten op. Ondanks de hoge snelheid van de chauffeur zijn we iets te laat bij de haven. De boot ligt nog rustig op ons te wachten, maar door het getijde zijn de golven in de middag wel wat hoger. En dat hebben we geweten! Drijfnat komen we op het eiland aan, waar ze heel lief wel al met een handdoek staan te wachten. Terloops vraagt de eigenaar hoe het kan dat Simone 2 bruine en 1 wit kind heeft, tekenend voor de rest van de vakantie 😉

We hebben een prachtig huisje met uitzicht op zee en genieten van de rust en de heerlijke maaltijden die ze ons voorschotelen. We relaxen op het strand, verkennen een heel klein beetje het eiland, starten een poolcompetitie en spelen volleybal met de locals (wij winnen! Grotendeels dankzij Tiets, maar toch). Echt overleven a la Robinson is het niet, maar we hebben wel genoten en omdat de crew hier heeft geslapen, hangen er wel overal foto’s en vlaggen van Expeditie Robinson.

Na een warm afscheid en een droge overtocht, stappen we in de bus richting Malakka. Een stadje dat 100 jaar lang door Nederland geregeerd is en nog veel NL invloeden heeft. Een café eigenaar vertelt zelfs dat ie tot vorig jaar nog kroketten en frikandellen op de kaart had staan! Amber baalt voor eeuwig dat ze hier vorig jaar niet was. We verkennen de stad op de fiets, ze zijn niet berekend op die lange westerlingen, waardoor het voelt alsof we op een kinderfietsje fietsen. We hebben de grootste lol en leren ook nog wat over de geschiedenis. Ook genieten we van een traditionele Chinese theeceremonie, slenteren we over de nachtmarkt op Jonkersstreet en zetten we de poolcompetitie voort.

We stappen weer in de bus voor een kort ritje naar Kuala Lumpur waar we een hotel met zwembad hebben. Het is zo drukkend warm, nog steeds door de haze, dat we zin hebben in een verkoelende duik. In KL bezoeken we uiteraard de beroemde Petronas Towers, eten Titia en Joost éindelijk oerverse sushi. Daarnaast genieten we van een soort fonteinshow waarbij de locals weer genieten van ons, omdat Amber en Titia precies op de verkeerde plek weten te gaan staan en wederom drijfnat worden. De locals gieren het uit en we zijn op menig filmpje terug te zien.

Na Kuala Lumpur rijden we door naar Taman Negara, het oudste (130 miljoen jaar oud) regenwoud van Maleisië. Allevier vinden we het prachtig! De wandelschoenen gaan aan, lange broek en mouwen worden opgeduikeld (want er zijn bloedzuigers) en we trekken de jungle in. Joost ziet er uit als een vluchteling, Titia alsof ze d’r pyjama nog aan heeft, Simone alsof ze naar kantoor gaat en Amber lijkt op Mel C, maar de bloedzuigers kunnen ons niks maken! We volgen een pad van zo’n 3 uur, met onderweg een canopy walk die Joost en Titia er ook nog bij lopen, tussen de boomtoppen op zo’n 45 meter boven de grond. Amber en Simone maken ondertussen vrienden met het plaatselijke reservisten leger. ‘S avonds eten we heerlijke lokale gerechten bij één van de vele ‘floating restaurants’ aan de Tembeling rivier.

Het is een prachtige wandeling (achteraf blijkt dat we die dag 22 km hebben gelopen!), maar omdat we over een houten vlonder liepen, hebben we niet 100% het jungle gevoel. De volgende dag laten we ons afzetten bij een ander deel van de jungle, minder ontdekt en dus geen houten vlonder. Het idee was leuk, maar binnen 10 minuten dringen de bloedzuigers door onze schoenen en rennen we snel weer terug. Dan toch maar weer de vlonder, maar wel een andere route. Hier stuitten we na 500 meter op een wespennest waarbij Simone en Amber gestoken worden en Joost en Titia moeten uitzuigen. Door het stil staan weten ook de bloedzuigers ons weer te vinden en weten we niet hoe snel we weer rechtsomkeert moeten maken, wederom door het wespennest waar ditmaal Titia en Simone gestoken worden en het uitzuigen weer opnieuw begint. Joost worstelt nog met een bloedzuiger, maar 5 minuten later staan we weer veilig buiten de jungle. Het was gillen en zweten, maar achteraf toch wel een gave belevenis! ‘S middags varen we met een bootje iets dieper de jungle in, waarbij we apen en een varaan spotten en optimaal kunnen genieten van de prachtige natuur.

Na het avontuur in de jungle, reizen we naar de rustige theeplantages van de Cameron Highlands. Toevallig heeft onze taxichauffeur zelf een aantal jaren als theeplukker gewerkt en hij vertelt dan ook met liefde over de theeblaadjes en geeft ons een rondleiding in de fabriek. We kopen een paar pakjes voor ‘thuis’ en genieten van verse thee met een fenomenaal uitzicht over de theevelden. 

De volgende stop is het eiland Penang, wat vrijwel in z’n geheel is uitgeroepen tot Unesco World Heritage Site. Joost voelt zich niet fit en daarom vertrekken Titia, Simone en Amber met z’n drieen naar het strand. Hoewel het rustig is, heeft met name Titia het druk met de andere strandgasten, ze willen allemaal met haar op de foto. Eerst is het nog heel grappig, maar bij het derde verzoek willen we toch wel graag weten waarom. We moeten het doen met een ‘she’s beautiful‘. Die kun je maar in je zak steken! Uiteindelijk zal blijken dat we ook op Langkawi graag geziene fotobombers zijn met onze groep, alsof we de eerste blanken zijn die ze zien..

De laatste dag brengen we door in Georgetown, de hoofdstad van Penang. Joost is nog steeds niet fit, maar gelukkig is Titia net zo’n fervente fotograaf als hij, zodat hij later toch op scherm kan meegenieten van de geweldige muurschilderingen en artistieke winkeltjes en cafeetjes. Vanaf Georgetown stappen we op de ferry naar Langkawi, waar we vast inchecken in het hotel waar morgen de hele bups zal inchecken, nu komt het echt dichtbij! Terwijl wij aan het avondeten zitten, gaan zij door de douane in Amsterdam, nog even snel skypen om ze een goede reis te wensen en dan vroeg op bed, des te eerder is het morgen!

Check de foto’s!

Sizzling hot Singapore!

image
Eigenlijk alle backpackers waarmee we gesproken hebben onderweg, zeggen dat Singapore megasaai is en dat 2 weken veel te lang is om je daar te vermaken. Dat wij er twee weken zijn, is ook uit een soort van noodzaak geboren. Het visum voor Indonesië was verlopen op 6 oktober en Titia en Simone komen pas de 17e aan.

We besluiten daarom voor 10 dagen vrijwilligerswerk te gaan doen om kosten te besparen. Naast dat er gezegd wordt dat het saai is, schijnt het ook één van de duurste Aziatische landen te zijn. We sturen een berichtje naar Lai Peng, die hulp zoekt voor het maken van soepjes en sapjes voor haar man, die net een zware chemokuur achter de rug heeft. Het lijkt ons vrij heftig, maar er is weinig keus qua hosts en de recensies zijn positief.

Haar antwoord maakt het niet makkelijker. Haar man is twee weken geleden overleden. Het verdriet is nog vers, maar omdat ze nu alleen voor de zorg voor haar 1,5 jaar oude kindje staat, wil ze toch wel graag hulp. Het kindje (Kendre) heeft een hartafwijking en het Syndroom van Down en heeft extra aandacht nodig. Het helpt dat we NL zijn, als laatste strohalm is ze met haar man naar NL gereisd voor de (alternatieve) geneeskunde. Helaas heeft het niet mogen helpen en is hij uiteindelijk in Rotterdam gestorven. Een zwaar verhaal en omdat het met name om de zorg voor haar zoontje gaat, twijfelen we wel een beetje. Echt ervaren kun je ons op dat gebied niet noemen. We besluiten er toch voor te gaan en komen na een rustige vlucht en een snelle metroverbinding bij haar aan.

We voelen ons snel thuis en het voelt goed. De eerste dagen ontfermt Joost zich over Kendre, hij speelt, leest voor en leert hem lopen. Amber is meer van het koken en huishouden en doet de achterstallige was van 4 weken. Na een paar dagen draaien we de rollen om, Joost gaat koken en Amber speelt met Kendre. Het scheelt dat het jochie het ontzettend fijn vindt als je voor hem zingt, dat is Amber wel toevertrouwd. Vooral ‘klap es in je handjes’ wordt een groot favoriet van hem. Lai Peng krijgt zo wat ruimte voor zichzelf en wij vinden het onverwacht leuk met Kendre. Een heerlijk blij kereltje die ons echt gaat herkennen en ons westerse uiterlijk mega interessant vindt. Haren, vingers, neus, ogen, niks is veilig voor z’n knijpgrage handjes.

Op dagen dat we wat tijd voor onszelf hebben, ontdekken we een stuk van de stad. Vooral Amber is erg gecharmeerd van het efficiënte metrosysteem, de schone straten en de bloeiende economie. We gaan naar een gratis dansshow, moeten vreselijk wennen aan de continu drukkende hitte, genieten van een briesje bij de haven, lopen door Chinatown, gaan op zoek naar NL invloeden in Holland Village (niet te vinden), bewonderen het sjiekste hotel van het land, raken verslingerd aan Frozen Yoghurt en liften naar de 57e verdieping voor een 360*C uitzicht van de stad. Het enige nadeel is de vreselijke haze (smog) die veroorzaakt wordt door de hevige bosbranden op Sumatra. Een vreselijk fenomeen waar we in NL nog nooit van gehoord hadden. Aan het eind van dit verhaal leggen we graag meer uit, wat ons betreft moet de hele wereld weten wat er gebeurd met onze prachtige natuur.

Lai Peng neemt ons mee naar haar vrienden die ongelooflijk gastvrij zijn. Vooral de man vindt het prachtig dat we er zijn en schotelt ons de meest rare Aziatische hapjes voor, om vervolgens te bulderen van het lachen om onze reacties. Als Lai Peng naar huis wil, biedt hij ons aan later op de bus te zetten. De flessen wijn komen op tafel en omdat wij geen alcohol meer gewend zijn, komen ook al snel de sterke verhalen 😉 Zijn dochtertje van 9 is één brok energie en vooral Joost komt niet meer van haar af. Als hij al d’r speelgoed heeft gezien en we een plechtige belofte maken dat we graag willen dat ze ons op komt zoeken als ze oud genoeg is en ook gaat reizen, nemen we afscheid en stappen we licht draaierig op de bus naar ‘huis’.

Na 10 dagen spelen, voorlezen, zingen, leren lopen en huishouden, is het tijd om afscheid te nemen van Lai Peng en Kendre. We gaan ze best een beetje missen, maar we nemen afscheid met een goede reden. Titia en Amber haar moeder zitten in het vliegtuig en komen over een uurtje op Singapore aan. We kijken er zó naar uit! Amber heeft er een slapeloze nacht van. Op het vliegveld blijkt dat ze vertraging hebben en hun vlucht op Kuala Lumpur moeten omboeken. Oh wat duurt dat lang! We eten onze spanning weg bij de Mac en gelukkig belt Lys nog even om de tijd te doden. Uiteindelijk komen ze 4 uur later aan, moe en zonder bagage, maar wat heerlijk om ze weer te zien en ze te kunnen knuffelen! We drinken nog wat op het vliegveld en het voelt gelijk vertrouwd, we hoeven nauwelijks bij te praten en kunnen dus gelijk overschakelen naar de ‘gezellige ouwehoer-stand’.

We slapen in een luxe bunker waar Joost en Amber genieten van het bad, de warme douche en de gratis toiletartikelen die elke dag bijgevuld worden. Na 3 dagen zijn we 12 shampoos, 12 douchegels, 6 tandpasta’s en 2 tandenborstels rijker. Zo kunnen de 3 iets duurdere nachten ook weer uit ;). We crossen heel Singapore door met de metro. Van Little India naar Chinatown, van de Botanic Gardens naar de luxe shoppingmalls, van sushitent naar vette hamburgers en van gratis dansshows naar het absolute hoogtepunt: Gardens by the Bay. Prachtig verlichte bomen waar elke avond een spectaculaire lichtshow wordt gegeven. Als ze The Lion King draaien, krijgen we allemaal toch wel een beetje kippevel.

Het tempo ligt hoog en de temperatuur is nog hoger, we zweten ons al een ongeluk met niks doen. Na 3 dagen zijn we wel een beetje klaar met de hoge gebouwen en zijn we toe aan een verfrissende duik, een koel briesje en vooral strand. Dat is in Singapore niet te vinden, dus we besluiten op de trein te stappen richting Maleisië. Bezweet maar voldaan kijken we terug op onze 2 weken Singapore, genoeg te beleven, lekker efficient, een interessante mix van alle denkbare culturen én het land waar we na 9 maanden samen reizen, Amber haar geliefde moeder en bff weer in de armen konden sluiten. Denk daarbij de drukkende hitte en we kunnen alleen maar concluderen: Singapore is Sizzling Hot!

Check hier onze pics!
De haze
De haze wordt veroorzaakt door grote bedrijven die bewust bomenplantages in de fik steken om de productie van papier en palmolie op te kunnen schroeven. Elk jaar weer! Dit jaar hebben ze de branden echter niet meer onder controle, waardoor complete delen van Azië (Singapore, Maleisië en Thailand) al vanaf september geen zon meer hebben gezien. Hij is er wel, maar door de luchtvervuiling is ie niet meer zichtbaar. Veel mensen lopen hier dan ook met mondkapjes, omdat het dagelijks inademen van verbrande stofdeeltjes erg slecht is voor je gezondheid. Van Sumatra is er ondertussen een stuk ter grootte van Nederland afgebrand. De bewoners zijn geëvacueerd, de bijzondere dieren zijn in groot gevaar. De orang oetan en de Sumatraanse tijger werden al met uitsterven bedreigd, maar door de bosbranden zou 2015 zo maar het jaar kunnen zijn waarin er geschiedenis wordt geschreven en ze ook daadwerkelijk uitsterven. Met name Singapore en China hebben Indonesië onder druk gezet en gedwongen de namen van de bedrijven bekend te maken die erachter zitten. Hun producten worden nu in grote delen van Azië geboycot en zijn niet meer in de winkels te vinden. Heel Azië, Australië en Rusland helpen met het blussen van de branden en het kunstmatig opwekken van regen. Met het regenseizoen voor de deur, hopen ze dat de branden half november geblust zijn. Dan heeft het 3,5 maand ongecontroleerd kunnen woeden. Wij kunnen alleen maar hopen dat dit het laatste jaar is geweest waarin Indonesië deze verschrikkelijke toestanden heeft toegestaan. 

Where are you going, boss?

image

 

By far de meest gestelde vraag op Bali, nog voor ‘hoe gaat het?’ en ‘hoe heet je?’. Absoluut een nieuwsgierig volkje, zodra je zegt waar je heen gaat, weten ze altijd een goede route of willen ze je zelfs wel even brengen. Uiteraard in ruil voor een paar rupiah, dat dan weer wel. We hebben enorm gelachen als we weer op ons scootertje zaten en er weer iemand naast ons kwam rijden die ons deze vraag stelde, terwijl we ons een weg manoeuvreerde door het chaotische verkeer.

Het is wel even wennen, van het rustige, vriendelijke NZ en de Pacific, naar het chaotische en opdringerige Bali. Zodra je door de douane komt, stromen de taxichauffeurs als mieren op je af en laten ze je niet met rust. Wel een goede onderhandelingspositie voor ons en voor een paar euro hebben we een taxi naar ons hotel in Denpasar.

De volgende dag reizen we naar Ubud, waar we voor een maand een scooter huren en gelijk de eigenaar van de scooter helpen een fanpage op Facebook aan te maken. Als een echte Indonesische familie, willen we proberen met 2 backpacks, een rugzak, een schoudertas en natuurlijk onszelf op 1 scooter te proppen. En het lukt! We hebben de volgende dag om 4 uur afgesproken op de boerderij waar we de komende 3 weken zullen helpen. Nederlands als we zijn, willen we toch een beetje goed voor de dag komen en trekken onze mooiste kleren aan (beetje gekreukt, maar vooruit). Wisten wij veel dat we gelijk aan het werk werden gezet, daar zit je dan onkruid te wieden in je goede goed 🙂

We werken elke dag van 06:30 tot 10:30, zodat de zon nog niet te warm is en we ’s middags tijd hebben om de omgeving te ontdekken. In ruil voor onze 4 uurtjes, krijgen we accommodatie en diner. We wonen tussen de echte locals in een traditioneel Indonesisch hutje, waar we douchen onder een tuinslang en kunnen genieten van een echte Aziatische hurkwc. Op de boerderij planten we sla en aubergine, wieden we onkruid, sproeien we water en ontwerpen we zelfs een heus logo + sticker voor hun bedrijf. Na de veelal veganistische maaltijden komen de djembee’s tevoorschijn en wordt er lekker getrommeld.

In de middagen proberen we zoveel mogelijk de omgeving te ontdekken. Het verkeer is chaotisch en druk, waardoor je vaak wel minimaal een uur moet rijden. We rijden naar Kuta (voor beginnende surfers), Canggu (medium surfers), Uluwatu (expert surfers), Seminyak, Sanur en Nusa Dua. We ontdekken de rijstvelden van Tegallang, nemen een douche onder de Tegenungang waterval en proberen talloze smoothies en brownies in de ecologische cafeetjes van Ubud. Helaas zijn de middagen te kort en de afstanden te groot om heel Bali te ontdekken, waardoor we niet de ongerepte en onontdekte natuur hebben kunnen opzoeken.

Op 1 van de laatste dagen op de boerderij komen we erachter dat we geskimd zijn, onze hele Kiwibank rekening is geplunderd. Veel geregel en door het tijdverschil is het contact niet altijd even gemakkelijk. We besluiten de laatste vrije week daarom in Kuta te blijven en een surfboard te huren, ipv dat we de lange bus- en treinreis naar Jakarta maken. Zo zijn we toch wat meer verzekerd van onze eigen bereikbaarheid. Gelukkig is de Kiwibank goed verzekerd en hebben we na een week ons geld tot op de cent nauwkeurig terug gekregen.

Onze vrije week wordt feestelijk ingeluide met de komst van Sanne en Daan die vakantie vieren op Bali. Heerlijk om gewoon weer even je eigen vrienden om je heen te hebben en lekker te kunnen ouwehoeren. Zo fijn dat je na 8 maanden ook moeiteloos de draad weer oppakt, alsof je elkaar gewoon elke week nog ziet. We genieten van de vakantie en gaan lekker met ze mee lunchen en uit eten en genieten in hun hotel van de warme douche, de zachte handdoeken en eindelijk weer een zitwc! Hebben we in ons cheapycheapy hostel ook allemaal niet :p

Joost en Daan trotseren de golven in Canggu en Kuta. Sanne en Amber zijn iets minder bedreven in het geheel, maar daarom is het zeker niet minder leuk. We doen een paar keer een poging, maar vinden het vooral ook heel leuk om naar onze mannen te kijken en lekker te kletsen op onze strandbedjes. Na 3 heerlijke dagen nemen we weer afscheid en vervolgen zij hun reis door Indonesië en genieten wij nog een paar dagen van de golven in Kuta. Joost heeft van het surfen schaafplekken en open wonden over z’n hele lichaam, we zijn de GoPro kwijt geraakt in de zee en hebben 4 uren gezocht én hem terug gevonden, en Amber heeft een bijna dood ervaring door een flinke botsing met een andere beginnende surfer, maar we hebben genoten van een weekje relaxen na 3 weken werken op de boerderij.

In de 4 weken heeft Bali ons helaas niet kunnen betoveren, helaas hebben wij niet de tijd en mogelijkheid gehad om de mooie natuur en ontoeristische plekjes op te zoeken. Het was chaotisch, druk en vies, maar toch hadden we het voor geen goud willen missen. We zijn een ervaring rijker, hebben veel geleerd over ecologisch tuinieren, Joost kan toch weer een beetje beter surfen, we hebben heerlijk getoerd en getoeterd op de scooter en samen in de tuintjes hebben we veel lol gehad. Als we een langer visum hadden kunnen krijgen, hadden we zeker nog wat meer willen zien. Nu eerst op naar Singapore, waar ons weer een nieuw avontuur staat te wachten en wie weet komen we nog eens terug in Indonesië om 1 van de andere mooie eilanden te ontdekken 🙂

check de foto’s hier!

Vanuatu: puur en rauw paradijs

Een lang gekoesterde droom is in vervulling gegaan. 5 jaar geleden lazen we over Vanuatu, nog onontdekt, geen massa toerisme en verkozen tot gelukkigste land ter wereld, wat vasthoudt aan zijn geloof en tradities. Daar wilden we heen en nu zijn we er dan eindelijk! De meesten van onze vrienden en familie moesten de wereldkaart erbij pakken om te zien waar we eigenlijk zaten, sommigen hadden er van gehoord door de cycloon Pam die dit voorjaar een groot deel van het land verwoest heeft. 

Bij de douane wordt je al vrolijk en met een big smile ontvangen door de medewerkers. Joost heeft z’n Nederlands Elftal shirt aan en blijkbaar is de douane beambte groot fan, hij vindt het shirt fantastisch en zonder tassen of visum te checken, mogen we zo doorlopen. Wat een aankomst 🙂

De taxichauffeur die ons naar het motel brengt, vertelt graag over de cycloon en hoe eng het was voor de bevolking. De gevolgen zijn nog duidelijk zichtbaar: mega grote omgewaaide bomen,talloze schepen die zijn aangespoeld aan de kust en daken die nog missen van gebouwen. Door de verhalen en het uitzicht, kunnen we ons een beetje een voorstelling maken van hoe heftig het is geweest. Ook ons motel heeft ernstige schade geleden en is pas sinds een week weer geopend. Het is daarom nog half verwoest, maar het voelt goed om door ons verblijf weer een kleine bijdrage te hebben geleverd aan de wederopbouw. 

We verblijven 2 dagen in Port Vila, de hoofdstad van Vanuatu. Het is een beetje als elke hoofdstad waar je aankomt met het vliegtuig, als je er 1 dag bent geweest, is het meer dan genoeg. Er is op de dag dat wij er zijn, ook een Amerikaans cruiseschip aangemeerd, wat ervoor zorgt dat alle prijzen ongeveer verdubbeld zijn. De Amerikanen met hun heuptasjes en zonneklepjes geven er weinig om, die geven graag geld uit aan de hotdogs en chickenwings die vandaag overal op het menu staan.

Wij zijn blij dat we de volgende dag vertrekken naar Moso Island, naar een camping met de passende naam Tranquility. Wat een plaatje! Er staan 8 hutjes, volledig met de hand en plaatselijke materialen gebouwd en een camping met een echte ouderwetse vuurplaats waar je zelf hout voor moet sprokkelen. Back to basic en we love it! Helaas loopt Amber een bacterie op die haar 3 dagen vrij ziek maakt. We krijgen een upgrade naar een prachtig hutje aan het strand, met een zacht matras en de douche en wc dichtbij. De muren zijn maar tot de helft bebouwd met beton, de andere helft met muggengaas, waardoor je uit bed recht de zee in kijkt en kunt genieten van zonsop- en ondergang. Meer kun je je niet wensen! 

Alles is hier eco en in harmonie met de natuur en die is hier weer prachtig.   Amber is weer beter en we besluiten hier langer te blijven om het prachtige eiland te ontdekken. De dag is al geslaagd als we wakker worden, prachtige zonsopgang, windstil, geen geluid van andere mensen, verkeer of wat dan ook, honderden vlinders en doodstil water. Het water is hier zó helder, dat het lijkt alsof we zweven tijdens het kayakken! We lopen door de jungle naar Fred’s Beach, waar in de wijde omgeving geen mens te bekennen is. We snorkelen, gaan op bezoek bij de zeeschildpadjes en eten ’s avonds gezellig met de andere gasten. Het doet z’n naam eer aan, want wat is het hier mooi en sereen.

Terug op het hoofdeiland, besluiten we op onze laatste dag een auto te huren en het eiland over te rijden. Hoogtepunt is de prachtige waterval waar we een verkoelende duik kunnen nemen en de talloze traditionele dorpjes waar de locals je met een big smile begroeten. Wij zijn verkocht en zullen zeker nog een keer terug komen om ook de andere eilanden te ontdekken, 10 dagen was absoluut te kort!

Vanuatu: puur en rauw paradijs

image

Een lang gekoesterde droom is in vervulling gegaan. 5 jaar geleden lazen we over Vanuatu, nog onontdekt, geen massa toerisme en verkozen tot gelukkigste land ter wereld, wat vasthoudt aan zijn geloof en tradities. Daar wilden we heen en nu zijn we er dan eindelijk! De meesten van onze vrienden en familie moesten de wereldkaart erbij pakken om te zien waar we eigenlijk zaten, sommigen hadden er van gehoord door de cycloon Pam die dit voorjaar een groot deel van het land verwoest heeft.

Bij de douane wordt je al vrolijk en met een big smile ontvangen door de medewerkers. Joost heeft z’n Nederlands Elftal shirt aan en blijkbaar is de douane beambte groot fan, hij vindt het shirt fantastisch en zonder tassen of visum te checken, mogen we zo doorlopen. Wat een aankomst 🙂

De taxichauffeur die ons naar het motel brengt, vertelt graag over de cycloon en hoe eng het was voor de bevolking. De gevolgen zijn nog duidelijk zichtbaar: mega grote omgewaaide bomen, een schip dat aangespoeld is aan de kust en daken die nog missen van gebouwen. Door de verhalen en het uitzicht, kunnen we ons een beetje een voorstelling maken van hoe heftig het is geweest. Ook ons motel heeft ernstige schade geleden en is pas sinds een week weer geopend. Het is daarom nog half verwoest, maar het voelt goed om door ons verblijf weer een kleine bijdrage te hebben geleverd aan de wederopbouw.

We verblijven 2 dagen in Port Vila, de hoofdstad van Vanuatu. Het is een beetje als elke hoofdstad waar je aankomt met het vliegtuig, als je er 1 dag bent geweest, is het meer dan genoeg. Er is op de dag dat wij er zijn, ook een Amerikaans cruiseschip aangemeerd, wat ervoor zorgt dat alle prijzen ongeveer verdubbeld zijn. De Amerikanen met hun heuptasjes en zonneklepjes geven er weinig om, die geven graag geld uit aan de hotdogs en chickenwings die vandaag overal op het menu staan.

Wij zijn blij dat we de volgende dag vertrekken naar Moso Island, naar een camping met de passende naam Tranquility. Wat een plaatje! Er staan 8 hutjes, volledig met de hand en plaatselijke materialen gebouwd en een camping met een echte ouderwetse vuurplaats waar je zelf hout voor moet sprokkelen. Back to basic en we love it! Helaas loopt Amber een bacterie op die haar 3 dagen vrij ziek maakt. We krijgen een upgrade naar een prachtig hutje, met een zacht matras en de douche en wc dichtbij. De muren zijn maar tot de helft bebouwd met beton, de andere helft met muggengaas, waardoor je uit bed recht de zee in kijkt en kunt genieten van zonsop- en ondergang. Meer kun je je niet wensen!

Alles is hier eco en in harmonie met de natuur en die is hier weer prachtig.   Amber is weer beter en we besluiten hier langer te blijven om het prachtige eiland te ontdekken. De dag is al geslaagd als we wakker worden, prachtige zonsopgang, windstil, geen geluid van andere mensen, verkeer of wat dan ook, honderden vlinders en doodstil water. Het water is hier zó helder, dat het lijkt alsof we zweven tijdens het kayakken! We lopen door de jungle naar Fred’s Beach, waar in de wijde omgeving geen mens te bekennen is. We snorkelen, gaan op bezoek bij de zeeschildpadjes en eten ’s avonds gezellig met de andere gasten. Het doet z’n naam eer aan, want wat is het hier mooi en sereen.

Terug op het hoofdeiland, besluiten we op onze laatste dag een auto te huren en het eiland over te rijden. Hoogtepunt is de prachtige waterval waar we een verkoelende duik kunnen nemen en de talloze traditionele dorpjes waar de locals je met een big smile begroeten. Wij zijn verkocht en zullen zeker nog een keer terug komen om ook de andere eilanden te ontdekken, 10 dagen was absoluut te kort!

Check de foto’s!

Bula Fiji!

Strand Nabua Lodge

Wow, en toen zaten we geheel onverwacht gewoon op Fiji! ’s Ochtends in Christchurch de auto verkocht, gebeld met Fiji Airways en ’s middags zaten we al in het vliegtuig! Zo last minute hebben we nog nooit een ticket geboekt, de eerste paar dagen geloven we het zelf bijna ook niet en moeten we het elk uur wel even tegen elkaar zeggen om het te blijven geloven.

De aankomst voelt al goed, heerlijk om weer warme wind op je huid te voelen! We hebben 1 nacht geboekt in een resort vlakbij het vliegveld, maar besluiten uiteindelijk 3 nachten te blijven om even te acclimatiseren en de omgeving te leren kennen. We sturen een paar mailtjes voor vrijwilligerswerk en gaan de stad in. We merken al snel dat de locals ontzettend vriendelijk en behulpzaam zijn, hier kunnen we wel aan wennen!

Iedereen leeft hier op Fiji Time, dus zonder tijd en zonder haast. We krijgen dan ook nog geen reactie op onze mailtjes, dus nog geen vooruitzicht op vrijwilligerswerk. Dan eerst maar genieten van de pracht en praal van de Fiji Islands, we gaan eilandhoppen door de Yasawa eilandengroep, volgens velen het échte Fiji! De eerste stop is het meest noordelijke eiland, Naviti. We worden warm onthaald door het personeel wat speciaal voor ons een welkomstlied zingt. Het is een klein resort wat door een familie gerund wordt en waar we met maar 6 andere mensen slapen. Hier leren we de echte Fiji gastvrijheid kennen, we worden compleet opgenomen in de familie. Er wordt heerlijk voor ons gekookt en na het eten is het gametime! De meest stomme spelletjes, maar wat hebben we een plezier met z’n allen, alle gasten en al het personeel doen gezellig mee. We zingen en dansen en maken eindelijk vrienden ;). Wij leren de landelijke Fiji dans en leren hun de vogeltjesdans (de overige gasten zijn Duits en Engels en kennen dit dansje ook!).

We bezoeken een prachtige grot en gaan snorkelen bij de Blue Lagoon van Brooke Shields. Zaterdagavond is traditionele Fiji avond, waar ze op Fiji wijze voor ons koken (eten laten garen onder de grond) en we na de spelletjes worden uitgenodigd om met het personeel Cava te drinken, hét drankje van Fiji die je tong verlamd, het smaakt naar modder, maar het is reuzegezellig. De gitaartjes, banjo’s en ukeleles komen tevoorschijn en zingen maar! Op zondag mogen we mee naar de kerkdienst, het land leeft voor muziek, we krijgen kippenvel van de mooie liedjes die er gezongen worden. Recht vanuit hun hart en vol passie. De hele dienst is in het Fiji’s, maar omdat wij er zijn, worden we speciaal in het Engels toegesproken, welkom geheten en gezegend. Twee uit ons gezelschap worden uitgenodigd om hun toe te spreken, Amber en de Engelse Sam gaan naar voren, bedanken alle mensen voor de gastvrijheid en we krijgen applaus en heel veel bedankjes terug. Wat een bijzondere ervaring.

Helaas is het na de lunch alweer tijd om afscheid te nemen, met uiteraard weer een afscheidslied. Wat een geweldige ervaring met geweldig lieve mensen, dit vergeten we niet snel! Het volgende eiland is Nacula, waar we ook weer muzikaal ontvangen worden. Hier zijn de eerste avond een stuk of 20 mensen, maar dat betekent in Fiji niet dat het minder persoonlijk wordt, ze kennen je allemaal bij naam en vinden het belangrijk dat gasten en personeel als vrienden met elkaar omgaan. Ook hier staan uiteraard weer spelletjes op het programma, we hebben nog buikpijn van het lachen. Twee dochtertjes van een van de vrouwen hebben vakantie en doen gezellig mee, binnen no time is vooral de oudste helemaal gek op Joost en de komende dagen besteden we dan ook veel tijd met ze.

Hier gaan we proberen met mantaroggen te zwemmen. Ze hebben zich al in geen 3 weken laten zien, dus we worden gewaarschuwd dat de kans erg klein is dat we ze zien. Maar we hebben geluk, de manta’s hebben besloten met z’n 5en heerlijk rond te zwemmen en laten zich niet door ons weg jagen, vooral voor Joost een droom die uitkomt! Ze zijn groter dan ons, maar zo rustgevend en vriendelijk, dat het totaal niet eng is. Ze laten ons net zolang dobberen tot de lunch klaar is en we weer aanschuiven voor een gezamenlijke maaltijd. Na de lunch doen we een potje volleybal en voetbal met het personeel, ook al zo lachen. De bevolking is echt het meest vrolijke volk wat we ooit ontmoet hebben, ze lachen hartstochtelijk, veel en aanstekelijk! Het voetballen zelf is niet van hoog niveau, maar de gezelligheid des te meer.

Onze laatste ochtend hier nemen we de twee meisjes, samen met Tinka, een Duits/Nederlands meisje die de afgelopen dagen in dezelfde resorts heeft geslapen en waar we veel mee optrekken, mee naar honeymoonbeach. Vijf minuten lopen vanaf het resort, maar ze waren er nog nooit geweest. Daarom moeten ze bidden voor vertrek en moeten we elkaars hand vasthouden voor safekeeping. Ze geloven er heilig in en we doen graag mee! We krijgen nog een les kokosnoot kraken en een tour door de achtertuin waarin we leren dat elke boom en plant van groot belang is voor de inwoners van deze eilanden. Er is geen supermarkt of ziekenhuis, dus ze zijn compleet op zichzelf aangewezen en leren van jongs af aan met de natuur te leven, reuze interessant en we zijn jaloers, dit willen wij ook! We zien echt hoe je met heel weinig, oprecht gelukkig en vrolijk kunt zijn, het gaat allemaal om respect en delen. Geld speelt maar een hele kleine rol. Daar kunnen we veel van leren!

Ook hier is het afscheid weer moeilijk, we willen blijven! We blijven nog één nacht op een piepklein eilandje, waar je in 10 minuten compleet omheen kunt lopen en gaan vanaf daar op een zeiltocht. Dit eilandje en de tocht zijn meer gericht op de feestende backpackers, het was gezellig, maar geef ons maar de échte traditionele eilandjes met Fiji families en waar wij ook het gevoel hebben bij die familie te horen. Nu nog 1 dagje in Nadi om morgen weer op zoek te gaan naar dit gevoel en deze plekjes. Het zal niet moeilijk worden, want wat een prachtland is het, vooral de prachtige inwoners, wij voelen ons hier wel thuis 🙂

Iets meer foto’s dit keer, maar laat dat je er niet van weerhouden om ze te bekijken 😉